Dit weekend stond er in De Standaard een uitgebreid artikel van de hand van Isa Van Dorsselaer over de glazen klif. Op 3 mei publiceerde De Standaard ook een lezersbrief van mijn hand waarin ik het fenomeen signaleerde.
In mijn eigen partij hadden we met Caroline Gennez namelijk iets soortgelijks aan de hand.
Je moet het immers maar doen: in zo’n positie stappen tijdens één van de grootste crisissen die onze partij ooit gekend heeft…
Enkele opmerkelijke citaten:
Van John Bailey, voormalig voorzitter van het Democratic National Committee:
Je moet alleen een vrouw in stelling brengen als je er zo slecht voor staat dat niets minder dan een dramatisch gebaar een verschil kan maken.
Petra Meier (UA) bevestigt voor België:
Politieke partijen wijzen strijdplaatsen op de kieslijsten, waarbij het uitzicht op een parlementair zitje onzeker is, proportioneel vaker aan vrouwen toe.
De vraag is inderdaad misschien niet zozeer hoe riskant de positie is, maar hoe degenen die op die positie zitten worden afgerekend op een eventueel falen. Vrouwen krijgen verhoudingsgewijs veel aandacht vanwege hun sekse en als er dan iets misgaat, wordt dat ook mee daaraan toegeschreven. Misschien niet expliciet, maar door de hele beeldvorming rond haar. Een mannelijke topmanager wordt afgerekend als manager, een vrouwelijke manager wordt afgerekend als vrouw.
Eleanor Roosevelt over vrouwen in crisisfuncties en theezakjes:
Vrouwen zijn als theezakjes. Je ziet niet hoe sterk ze zijn tot je hen in heet water dompelt.
Janka Stoker, hoogleraar Leiderschap (Rijksuniversiteit Groningen):
Zeker in het bedrijfsleven zullen weinig vrouwen er openlijk voor uitkomen dat ze zich in zo’n positie bevinden of bevonden. Ze willen niet dat het etiket van slachtoffer op hen kleeft.
Isa Van Dorsselaer:
Think manager think man dus, en think crisis think woman.
Voorlopig blijft de regel dus: bij een mission impossible – bel een vrouw. En kijk dan hoe ze naar beneden stort.
(lees het volledige artikel op de site van De Standaard)
Recente reacties